In de jaren tussen de twee oorlogen
kende het liefhebberstoneel een groot succes te
Haacht en voor de stichting van Klimop hadden
verschillende nationale toneelgroepen in onze
gemeente reeds voor volle zalen gespeeld.
In 1928 besloot de harmonie haar cultureel steentje
bij te dragen en contacteerde een bekende toneelkring
uit Antwerpen om in de Gildezaal het stuk “Soldaat
van de Keizer” op te voeren. De kaarten
voor de voorstellingen op twee opeenvolgende zondagen
gingen vlot van de hand en met gespannen verwachtingen
togen de Haachtenaars naar de Gildezaal om hun
culturele bagage bij te werken.
Was me dat een tegenvaller. Het stuk raakte kant
noch wal, de vertolking was afgrijselijk en regelmatig
liepen de acteurs door een verkeerde deur op de
scéne en vielen zij zelfs uit hun rol.
Precies zoals bij de “Stomme van Portici”
in 1830 viel de beslissing in het laatste bedrijf.
De hoofdrolspeler, die al gans de uitvoering op
de zenuwen van de toeschouwers had gewerkt met
over zijn tegenspelers te struikelen of
achter zijn valse tanden Antwerps te mompelen,
trachte zich een laatste maal verstaanbaar te
maken aan zijn vertoornd en rumoerig geworden
publiek: “en de wind zoeng in de dennen
en de barken, woe..woe..woe..”. Waarop gans
de zaal repliceerde: “boe..boe..boe..”.
De arme keizerlijke soldaat wist niet meer wat
aan te vangen, liep uiteindelijk in de coulissen
en het gordijn zakte als een baksteen.
Om dergelijke miskleun de volgende zondag te voorkomen
werd het Antwerps gezelschap bedankt en besloten
enkele leden het verschrikkelijke drama “de
Moord te Nijlen” op te voeren. Met slechts
één week om hun rollen in te studeren
wisten Sus en Konstant Kiebooms, twee acteurs
van eigen bodem, gans de zaal te ontroeren. Iedereen
had tranen in de ogen en de vrouwen moesten zich
na de opvoering achter de kerkmuur op hun hukske
zetten.
Het idee voor een eigen toneelkring was geboren
en enkele tijd later bracht Electra haar eerste
toneelstuk op de planken. “De wonderdoktoor”
deed het heelwat beter dan de “Soldaat van
de Keizer”. Konstant Kiebooms had zijn naam
echter gevestigd met de “Moord te Nijlen”.
Jarenlang declameerde en zong hij zijn versie
van dit stuk op teerfeesten, uitstappen en op
eigen verzoek.
Ga terug.
|